Helaas gaat er nogal eens wat mis met het planten van bomen. Resultaat: de boom groeit niet, bloeit nauwelijks of waait scheef. Of nog erger: de boom gaat dood. Jammer van het geld en de tijd die hierin geïnvesteerd zijn. Daarom nu 10 tips voor het goed planten van een boom.

1

Onderscheid maken tussen wortelgoed

Voor het plannen van de boomaanplant is het belangrijk om onderscheid te maken tussen wortelgoed en bomen met een groeikluit of in pot gekweekt. Voor wortelgoed is de beste planttijd vanaf het najaar, zo na half november. Het blad is dan van de bomen en de sapstroom is gestopt. Het risico van uitdroging is dus minimaal. In de winter kan dus ook prima geplant worden. Bij in pot gekweekte bomen of bomen met een groeikluit, zijn nog haarwortels aanwezig. De kans op uitdroging is dus veel geringer. Deze bomen kunnen daarom ook eerder in het jaar geplant worden.
2

Bescherming van de wortels

Bescherm de wortels van de bomen goed tijdens het transport naar en op het werk. Door zonlicht en door wind kunnen de wortels snel afsterven. Plant de bomen dus zo snel mogelijk na levering. Is dit niet mogelijk? Kuil de bomen dan in, zodat de wortels volledig bedekt zijn met grond. Leg ze niet voor het gemak in een sloot! De wortels zullen dan afsterven door zuurstofgebrek.
3

Het plantgat

Zorg dat het plantgat groot genoeg is. De wortels van de boom moeten normaal uitgespreid kunnen worden en niet gedraaid worden.
4

De grond onder het plantgat

Maak de grond onder in het plantgat wat los, zodat de wortels makkelijker bij het water kunnen komen. Vooral in kleigrond is dit belangrijk. Voorkom dat het plantgat helemaal uitdroogt voordat de boom geplant wordt. Maak zonodig het plantgat weer vochtig.
5

Verankeren van de bomen

Direct na de aanplant zijn bomen nog niet goed verankerd, waardoor zij het risico lopen om om te waaien bij sterke wind. Daarom is het verstandig om de boom te steunen met 1, 2 of 3 boompalen. Deze palen moeten onder de kruin blijven om beschadiging om beschadiging van de takken te voorkomen.
6

Kniepalen

Het nadeel van lange boompalen is, dat de boom geen windbelasting ervaart. Hij wordt dus niet gestimuleerd om een sterke stam te maken. Dit kan worden opgelost door het gebruiken van kniepalen. Deze zijn ongeveer 1/3 van de stamlengte . De boom zal hiermee aan de windzijde toch trekwortels maken.
7

Het aantal boompalen

Voor het aantal te gebruiken boompalen geldt de volgende vuistregel: 1 paal voor wortelgoed, 2 palen voor kluitgoed, 3 palen voor grote maten kluitgoed. Wanneer u 1 paal gebruikt, zet deze dan aan de windzijde van de boom ( west / zuidwest ). Dit voorkomt beschadiging van de stam. Bij gebruik van 2 palen kunt u deze loodrecht op de windrichting plaatsen. Drie palen worden in driehoeksverband gezet.
8

1 Boompaal in het plantgat

Het beste kan er al minstens 1 boompaal in het plantgat staan, voordat de boom geplant wordt. De boom komt in het midden van het plantgat
9

Het opvullen van het plantgat

Schudt de boom tijdens het planten voorzichtig op en neer. De ruimtes tussen de wortels kunnen zich dan vullen met losse aarde. Druk de grond van het gevulde plantgat rustig aan met de voet. Zorg ervoor dat de grond niet te sterk verdicht wordt, want dit kan de wortels beschadigen. Bovendien bemoeilijkt het de wortelgroei.
10

Plant de boom niet te diep

Plant de boom nooit dieper dan hij op de kwekerij gestaan heeft. De bovenste wortels komen dus net onder de grond te zitten.

Leave a Reply